Een van onze nieuwe bewoners in ons zeeaquarium, is de heremietkreeft. Of eigenlijk bewoners, want we hebben er een behoorlijke hoeveelheid van in ons aquarium.

Met het opstarten van ons zeeaquarium, gingen we het heel voorzichtig en langzaam opbouwen. We begonnen allereerst met divers levend steen en als eerste bewoner kochten we een prachtige heremietkreeft met de naam Ciliopargurus strigatus, die al snel veel “vriendjes” kreeg dankzij Jaap, de zoon van Jan, die van zijn vakantieadres een lading heremietkreeftjes uit Kroatië (Clibanarius erythropus) had meegenomen, die nog steeds in ons aquarium kruipen en soms van grote hoogtes naar beneden vallen.

Het werd dus tijd om meer over deze wezentjes te weten te komen. Gelukkig ontdekte ik een artikel van Bruno Lemer over de “gewone” heremietkreeft, genaamd Eupargus bernhardus. Zo las ik dat de heremietkreeft tot de klasse van de hogere kreeftachtigen behoorde met als orde: Decapoda, wat betekent met deca(tien) poda (poten) aan elke zijde. De onderorde is Natancia, garnaalachtigen. Zijn familie is Paguridae en zijn genus Eupargurus, zijn soort bernhardus (Bernardus was een heremiet, oftewel kluizenaar). En met die paar gegevens weet je opeens al heel wat meer.

Ook al is dit een ander soort dan degene die bij ons in het aquarium zit, ze gedragen zich hetzelfde en bijna alles gaat ook op voor onze heremietkreeft.

De Heremietkreeft is een kreeft die leeft als een kluizenaar. De kluis is dan een verlaten schelp of huis van bijvoorbeeld een slak of een die ze van een rivaal hebben veroverd door hem te verstoten of een reis naar de eeuwigheid heeft bezorgd. Wanneer een heremietkreeft een nieuwe woning in het vizier heeft gekregen zal hij beginnen met een dreigende houding aan te nemen. Door zijn scharen omhoog te houden toont hij de bewoner hoe groot ze wel zijn. Mocht dit niet helpen, dan wordt het vechten. Een prachtig gezicht. Ze grijpen elkaar met hun scharen en gaan dan bijna een soort dans uitvoeren door heel ritmisch met hun huisje tegen die van de ander aan te bonken.

Hieruit kunnen we meteen leren dat er voldoende schelpen van verschillende formaten in je aquarium voorhanden moeten zijn. De meest favoriete behuizingen zijn die van de gewone alikruik (Littorina littorea), de purperslak (Thais lapillu) of een wulk (Buccinum undatum). Dit laatste werd o.a. bewezen toen de wulkpopulatie in Nederland drastisch terugliep, de heremietkreeften al snel volgden in dezelfde trend.

Op hun woningen zien we altijd een aantal vastgehechte zeeanemoontjes die als waakhonden fungeren. Omdat het gekromde achterlijf van de heremietkreeft niet is versterkt, hebben ze deze nodig daar de anemoontjes met hun netelcellen voorkomen dat er boosdoeners op het dak van de woning plaatsnemen.

De meest voorkomende anemonen zijn de mantelanemoon Adamsia palliata, Calliactus parasitica en de ruwe Hydrctinia chinata. Wanneer er geen anemonen aanwezig zijn, neemt soms de oranje vijgspons Suberites domuncula deze taak over. Het zijn uitstekende samenwerkingsovereenkomsten waar beide goed van profiteren. De beloning voor het beschermen, is een gratis lift naar een plek waar goed voedsel is. Onze heremietkreeft is namelijk een behoorlijke slordige eter en de brokjes die alle kanten op vliegen worden gretig aanvaard door de lifters.

Wanneer een heremietkreeft na verschaling geen nieuw huis vindt, is ten dode opgeschreven. Er zijn namelijk heel wat medebewoners die zo’n smakelijk hapje niet zomaar laten lopen. De angst hiervoor is ook te aanschouwen tijdens het paringsritueel. Na een lang voorspel waarbij ze elkaars bedoelingen testen, glippen ze even snel uit hun verblijf en klaren de klus binnen één luttele minuut. De duizenden eitjes verdwijnen in de woning van de moeder die nu en dan even plaats maakt om de jongen fris water toe te waaieren. De jongen leven als zooplankton en kiezen na enkele vervellingen hun eigen schelpje. Ook tijdens het verschalen zijn ze uiterst kwetsbaar. Dan verlaten ze immers zelfs hun uitwendige pantser.

Het vervellen wordt in gang gezet onder invloed van het hormoon ecdyson, waarna de oude huidlaag of exuvia wordt afgestoten. Het is goed te zien wanneer dit gaat gebeuren, namelijk als de hermietkreeft ophoudt met eten en zich gaat verschuilen. Uit het oude harnas wordt nu chitine en kalk weggehaald, dit laatste wordt in de maag opgeslagen. Ook het bloed neemt deze stoffen op. Het lichaam zwelt op doordat de cellen extra water opnemen. Later ontzwellen ze en geeft dit plaats voor verdere groei. Onze gast moet nu nog even wat zand over zijn hoofd strooien om de gebeurtenis af te ronden.

Zand? Zult u vragen. Deze schaaldieren bezitten op hun kop een klein kuiltje met gevoelige zintuigharen. De zandkorrels werken als de steentjes bij ons in het orgaan van Corti in het middenoor wat bij ons het evenwicht bepaalt. Dat de zandkorrels deze functie vervullen, blijkt uit de volgende proef. Men liet een dier verschalen in een aquarium met op de bodem alleen ijzervijlsel waarna men aan de buitenkant van het onderkomen een magneet liet rondgaan. Het dier plaatste zich vervolgens steeds loodrecht ten opzichte van dit apparaat.

Tijdens de vervelling treedt ook gedeeltelijke regeneratie op van verloren scharen en poten. Na enkele vervellingen, afhankelijk van de opgelopen schade, is de herstelling kompleet.

De Eupargurus bernardus is de grootste en meest algemeen voorkomende heremietkreeft. De lengte van het rugschild kan 3,5cm. bedragen bij een totale lengte van 10 cm. Slechts 2 van de 4 paar looppoten zijn goed ontwikkeld. De andere heeft de kreeft toch niet nodig, want die zitten in het slakkenhuis. Opvallend is de asymmetrie: de ene schaarpoot en schaar is veel groter dan de andere. Dat is bijna steeds de rechter. De achterste poten zijn voorzien van haken waarmee het dier zicht vasthoudt in zijn huisje. Beide schaarpoten en scharen zijn voorzien van enkele lengterichels met daarop een rij knobbeltjes. De kleur van de scharen en poten is geeloranje. Aan de bovenkant van de poten zijn vaak rode vlekjes te zien. De oogjes zijn olijfgroen.

Als ze zich bedreigd voelen, trekken ze zich volledig terug in hun schelp waarvan ze met hun scharen de ingang afschermen, waarbij vooral de sterk ontwikkelde rechterschaar van pas komt. Deze dient, naast bescherming, ook om de huisjes van schelpdieren te kraken. De bodems waar onze hermietkreeften zich het prettigst voelen zijn schelpenbodems en zachte bodems zand en slib, maar niet op echte blubber. Verder voelen ze zich thuis tussen de begroeiing, waaronder zeegras. Zijn voedsel bestaat uit jongere soortgenoten, wormen en andere kleine schelpdieren.

In het aquarium zijn het geen moeilijke gasten. Ze voeden zich met dode medebewoners of dito soortgenoten. Voor de rest is alles welkom van levende tot gekookte schelpdieren, kleine visjes, kleinere kreeften en wormen.