Als het licht maar goed is. Een hele mooie vis vind ik altijd de Pauwoog grondel. Zeker als het licht in het aquarium goed is, dan steelt deze vis de show met zijn prachtige kleuren.
De Tateurndina is een straalvinnige vissensoort uit de familie van de slaapgrondels. De wetenschappelijke naam is voor het eerst officieel gepubliceerd in 1955 door Nichols.

In tegenstelling tot andere grondels, geeft de Pauwoog grondel er de voorkeur aan om te zwemmen en men zal hem dan ook bijna altijd aantreffen in de onderste of de middelste laag van het aquarium.

Wanneer je echt wilt genieten van deze prachtig gekleurde vis die uit Nieuw Guinea in Zuid-Oost Azi komt en zon 4 cm lang is, is het aan te raden om hem te plaatsen in een rustig aquarium. Wat wil zeggen samen met vissen die net zoals de Tateurndina ocellicauda, vreedzame vissen zijn. Wel uitkijken met kleine garnaaltjes, want daar kan onze Pauwoog grondel lastig vanaf blijven.

De Pauwooggrondel kan het best gehouden worden met meerdere vrouwtjes, of zelfs meerdere mannetjes en meerdere vrouwtjes, maar zolang hij niet wil paren, zal hij hun gezelschap niet opzoeken. Alleen tijdens de paartijd gaat hij op zoek naar een partner en zodra hij deze gevonden heeft, wordt er direct een territorium ingericht.

Het aquarium, wat minimaal 60 cm lang moet zijn voor een paartje of 80cm bij een harem en bij meerdere mannetjes en vrouwtjes zelfs wel een meter lang moet zijn, dient ingericht te worden met een goede beplanting, waaronder wat drijfplanten die voor wat schaduw zorgen, en verder met kienhout en stenen, zodat er holen kunnen ontstaan.

De pH moet tussen de 7-8 liggen met een hardheid tot 8GH. De watertemperatuur moet ongeveer 22 C tot 26 C zijn.

Als voer geeft hij de voorkeur aan klein levend voer zoals rode en witte muggenlarven, pekelkreeftjes, watervlooien, kleine garnaaltjes en cyclops maar ook met droogvoer wordt genoegen genomen. Wel dient rekening gehouden te worden met de maat van hun bek, die niet groot is.

Hoe meer Pauwooggrondels, hoe belangrijker de mogelijkheid van schuilplaatsen of broedplaatsen is. Want ook het broeden gebeurt in holen en gek genoeg, hoe krapper, hoe beter. Dus ook bijvoorbeeld PVC buizen kunnen als broedplaats worden gebruikt. Ik kan me voorstellen dat dit niet echt als mooi wordt gezien. Mijn voorkeur zou dan toch zijn om te kiezen voor bijvoorbeeld kleine aardewerk potjes zoals een kleine bloempot die een stukje in de grond wordt geduwd.

Het kweken met deze vissen is heel erg gemakkelijk. Slechts een weekje voeren met net uitgekomen artemia is al voldoende voor deze vis om een partner te gaan zoeken. Er zijn zelfs koppels die elke week een nieuw nestjes hebben.

Het vrouwtje is te herkennen aan het feit dat ze een kleinere kop heeft, minder blauw, een gele buik en een zwarte rand aan de vinnen. Ze wordt ongeveer 6 cm groot.

Tijdens de paartijd krijgt het mannetje nog fellere kleuren en het vrouwtje krijgt een felgele buik. Zodra het mannetje dit waarneemt gaat hij staan pronken wat meestal resulteert in een bezoekje naar een broedplaats.

Zoals bij vele vissoorten, bewaakt en verzorgt het mannetje de eitjes door ze te bewapperen. De reden hiervoor is omdat de eitjes in een broedhol zijn uitgezet, waar minder stroming komt, de mannetjes moeten zorgen dat er vers water langs de eitjes komt, zodat deze niet gaan beschimmelen. Vaak is dat ook de manier om erachter te komen of er eitjes in het aquarium zijn, namelijk als het mannetje een tijdje niet waargenomen wordt. Er wordt gezegd dat het mannetje de eitjes moet beschermen voor het vrouwtje die de eitjes zou willen roven, maar ook wordt er verteld dat het vrouwtje de taak van het mannetje overneemt, wanneer deze even achter voedsel aan wil gaan. Dus welke van de twee verhalen de juiste is, is iets wat je zelf moet ontdekken.

Na een dag of vier komen de eitjes uit en de visjes zwemmen direct rond in het aquarium. Ze kunnen dan meteen al net uitgekomen artemia eten, maar aangeraden wordt om ze de eerste dag bij te voeren met liquifry. Ook is het verstandig om wat fijne planten of vastgezette Javavaren in het aquarium te plaatsen waar de jongen in kunnen schuilen. Bij bijna alle jonge visjes geldt dat het heel belangrijk is ze regelmatig te voeren en ook het water goed te verversen. Alleen dan zullen ze hard groeien. Na ruim een maand is het geslachtsonderscheid waar te nemen. De mannetjes krijgen een hele kenmerkende bult op hun kop, terwijl de vrouwtjes eerder een puntige kop hebben die overloopt in de rug. Een zestal maanden later zijn ze geslachtsrijp en kan de cyclus opnieuw beginnen.