Artikelen

In deze sectie staan door onze leden geschreven artikelen. Qua onderwerpen divers: inrichting van aquaria, opbouw van aquaria, vissen, planten en wat al niet meer.

Tijdens onze vakantie in KroatiŽ zagen we naast de honderden vliegende krekels met hun prachtige gekleurde vleugels ook vele Bidsprinkhanen. Dieren die de mens al duizenden jaren hebben gefascineerd.


Besloot ik maar me er niet mee te bemoeien

Ze worden vertegenwoordigd door ongeveer 2300 verschillende soorten, waarmee ze een relatief kleine orde binnen de insecten zijn. In tegenstelling tot de meeste andere insecten is het tevens een vrij uniforme groep. Ze komen wereldwijd voor, zowel in gematigde gebieden waar wij ze gezien hebben, maar ze zijn toch wel het meest vertegenwoordigd in tropische streken.
Ze behoren tot de gevleugelde insecten, hoewel ze hun vleugels bijna nooit gebruiken. Het zijn onhandige vliegers en zullen hun vleugels alleen bij grote bedreiging uitslaan.

Het meest opvallende van de Bidsprinkhanen en ook de reden waarom ze zo genoemd worden is hun houding. Ze hebben een langwerpige lichaamsvorm en kenmerkende voorpoten die geŽvolueerd zijn tot grote krachtige sterk gespecialiseerde vangpoten.
Bidsprinkhanen hebben de typische gewoonten om dit voorste potenpaar in rust voor zich te houden, waarbij het dij- en scheenbeen duidelijk zijn samengeklapt. Dit gelijkt op de houding die mensen hebben bij het bidden. Het Griekse woord mantis betekent dan ook profeet of waarzegger.

De Nederlandse naam is eigenlijk wat verwarrend want ondanks dat we dit dier een Bidsprinkhaan noemen is de Mantis religiosa eigenlijk geen sprinkhaan.
Ze zijn meer verwant aan de kakkerlak (Blattodea) dan aan de rechtvleugeligen (Ortoptera), waartoe de krekels en sprinkhanen behoren.

Wat ze anders maken dan de rechtvleugeligen is dat de Bidsprinkhanen, zonder uitzondering, carnivoor zijn en zelfs bekend staan als behoorlijke vraatzuchtige en kannibalistische wezens. Zo zagen we een bidsprinkhaan een sprinkhaan helemaal leegzuigen wat bepaald niet een leuk gezicht is en ik eigenlijk best medelijden had met die sprinkhaan die me aankeek alsof ik hem kon helpen. Maar omdat ik niet wist welke schade de bidsprinkhaan al had aangebracht besloot ik me er maar niet mee te bemoeien en zelfs nog erger, er een foto van te maken.

Bidsprinkhanen grijpen alles wat ze fysiek aankunnen, waaronder ook prooien die zelfs groter zijn dan zijzelf.
Een ander onderscheid is, is dat ze totaal niet kunnen springen. Ook hebben de Bidsprinkhanen een wezenlijk andere morfologie: ze hebben allemaal een opgerichte lichaamshouding en nooit een kruipende, zoals bij sprinkhanen, kakkerlakken en krekels het geval is.

Bidsprinkhanen zijn eenvoudig van andere insecten te onderscheiden. Naast de al eerder genoemde voorpoten zijn ze ook goed te herkennen aan de kop. Deze is altijd driehoekig van vorm en draagt relatief grote samengestelde ogen die duidelijk te zien zijn.

Wat vooral opvalt is de grote beweeglijkheid van de kop, die met geen enkel ander insect is te vergelijken. De kop kan alle kanten op worden gedraaid zodat hij goed om zich heen kan kijken zonder zijn lichaam te verplaatsen. In totaal heeft hij vijf ogen waarvan er twee dienen voor het waarnemen van voedsel en gevaar en drie ogen die een meer ondergeschikte visuele functie hebben. Ze zijn eenvoudig van structuur, dit zijn de enkelvoudige ogen of puntogen. Aan de bovenzijde van de kop is aan weerszijde een oogje aanwezig en de derde zit meestal tussen de facetogen die uit vele tientallen kleinere oogjes of ommatidiŽn bestaan. Daarnaast is ook de hals heel kenmerkend. Deze is opvallend lang en draagt het voorste potenpaar. Deze hals is onderdeel van het borststuk en wordt de prothorax genoemd. Door de sterk verlengde protorax staan de achterste twee paar poten relatief ver van de voorste poten, dit in tegenstelling tot vrijwel alle andere insecten.

Wat ook bijzonder is, is de groef aan de onderzijde van het derde en achterste segment van de methathorax (borststuk). Hierin zijn twee tegenover elkaar gelegen trommelvliezen aanwezig met daarachter een met lucht gevulde holte. Het orgaan is zo gebouwd dat het ultrageluid kan waarnemen. Iets wat we kennen bij de vleermuis.

De kleinste soorten bereiken een lengte van 1,5 centimeter, de grootste soorten (zoals uit de geslachten Hierodula en Ischnomantis) kunnen meer dan 25 cm. lang worden. Maar de meeste soorten hebben een lichaamslengte van tussen de 5 en 10 centimeter. Ook hebben ze in vergelijking met andere insecten vrij lange antennes, maar deze zijn nooit langer dan het lichaam zoals bij verwante groepen als krekels het geval is. Bij de mannetjes zijn de antennes altijd langer dan bij de vrouwtjes van hetzelfde soort en worden voornamelijk gebruikt om een partner op te sporen. De monddelen zijn bijten en kauwend. Ze hebben net als de verwante groepen een onderkaak en een bovenkaak, die beide tastorganen hebben. Ondanks dat het behoorlijke grote insecten zijn, vallen ze niet zo snel op. Ze hebben namelijk een geweldige camouflage. Als de groene exemplaren op een grasspriet hangt, moet je goed kijken om hem te ontdekken. Hetzelfde geldt voor de bruinere soort die meer te vinden is op de bruine takjes of afgestorven bladeren. Want ook de Bidsprinkhaan heeft natuurlijk vijanden. De voornaamste zijn de hagedissen die daar ook veelvuldig voorkomen maar ook de vogels zijn dol op ze.

Bidsprinkhanen zijn populair als huisdier en worden in een terrarium gehouden. Het is een zeer geschikt dier om ervaring mee op te doen. Ze worden niet erg oud, als volwassen dier hooguit enkele maanden . Ze zijn wel moeilijker in leven te houden dan wandelende takken want ze hebben een terrarium met verlichting nodig en dienen vochtig gehouden te worden. Bovendien eten ze geen planten maar uitsluitend levende prooidieren. Verder hebben ze niet veel verzorging nodig Ze kennen geen ziektes of andere vervelende zaken als vitaminegebrek.

Wel blijven de mannetjes vaak wat kleiner in gevangenschap, waardoor ze eerder volwassen zijn dan het vrouwtje, wat voortplanting soms wat moeilijker maakt gezien de korte levensduur wanneer ze eenmaal volwassen zijn. Het kan dus zijn dat het mannetje al lang dood is als het vrouwtje de laatste keer vervelt en volwassen wordt zodat ze kan paren.

Volgens een oud Chinees gezegde kan, indien men verdwaald is, een bidsprinkhaan observeren waarna deze na een tijdje met de voorpoten de juiste weg zou aanwijzen. Maar omdat we in KroatiŽ nooit de weg zijn kwijtgeraakt, hebben we dit helaas niet kunnen uittesten.