Artikelen

In deze sectie staan door onze leden geschreven artikelen. Qua onderwerpen divers: inrichting van aquaria, opbouw van aquaria, vissen, planten en wat al niet meer.

Een van de mooiste kikkers is ongetwijfeld de Agalychnis callidryas, de roodoogmaki kikker.

Op een van onze nachttochten in Costa Rica, heb ik het voorrecht gehad hem op mijn hand te mogen hebben en zo zijn prachtige oranje voetjes gevoeld en ook een beetje van zijn urine, want hij vond het vast net zo spannend als ik. Toen Jan hem overnam, kon ik hem mooi fotograferen.

Als je iets van Costa Rica leest of ziet, wordt bijna altijd deze trots afgebeeld. En terecht!

De roodoogmaki kikker is in 1862 ontdekt en benoemd door Cope. Callidryas is herleid uit het Grieks - kallos - en betekent mooi en dryas betekent boomnimf. Een toepasselijke naam, ‘mooie boomnimf’.

De roodoogmaki is een prachtige boomkikker met felrode ogen en rood/oranje voetjes. Hij is verder groen van kleur en afhankelijk van de geografische herkomst heeft hij in meer of mindere mate blauwe flanken met geel/witte strepen en een witte keel en buik. De groene kleur kan veranderen afhankelijk van temperatuur en gemoedstoestand.

De roodoogmaki kikker heeft een slank lichaam en poten, met grote tenen met speciale zuignappen waardoor hij zich overal aan bladeren en takken kan vasthechten. Het is een nachtactieve kikker, het wakker worden is een heel ritueel met veel geeuwen en wrijven over de ogen.

Mannetjes worden maximaal 5,5 cm en vrouwtjes maximaal 7 cm. De vrouwtjes zijn meestal iets dikker en hebben van opzij gezien een wat stompere snuit. Zowel de mannetjes als de vrouwtjes kwaken om zo hun territorium af te bakenen, echter alleen het mannetje heeft een paringsroep.

Naast Costa Rica komt de Agalychnis callidryas ook voor van Zuid-Mexico tot en met Panama. Ze leven vooral in laagland regenwoud en begroeide heuvels. Bijna altijd dicht bij water, of in ieder geval goed vochtige gebieden, zowel bij het bos als langs kusten en laagvlakten.

Als het schemer wordt gaan ze op zoek naar eten, dat uit insecten bestaat die in de breedte van zijn bek passen, zoals krekels, motten, sprinkhanen en vliegen.

Gezien zijn leefsituatie, heeft hij graag een groot terrarium met veel planten en wat grote bladeren, waar hij overdag een dutje onder doet. De Agalychnis callidryas is namelijk een echt nachtdier. Pas bij de schemer gaat hij actief worden.

Het spreekt voor zich dat dit tropische kikkertje van warmte houdt. Overdag voelt hij zich het lekkerst bij een temperatuur tussen de 24 en 28 °C, terwijl het ’s nachts een beetje mag afkoelen naar 21-22 °C.

Naast de planten en bladeren, stelt hij ook erg prijs op een lekker “zwembadje”. Niet dat hij echt zwemt maar hij zit graag af en toe even in het water en dan klimt ie er na een tijdje weer uit.

Dit zwembadje kan natuurlijk een Bromelia zijn, waar, na een regenbui, die hier best vaak voorkomt, in het hart een prachtig badje overblijft. Daarnaast is een waterpartij natuurlijk ook erg belangrijk voor de voortplanting. Omdat zij haar eitjes aan de onderkant van een blad hangt zodanig dat de larven in het water vallen.

Als je meerdere mannetjes wil houden, dan moet je wel een heel erg groot terrarium hebben, want deze Agalychnis callidryas hebben een territoriumruimte van minimaal een halve meter nodig. Voor een koppeltje is een bak van 80 x 50 x 60 cm. voldoende, maar hoe ruimer, hoe beter.

De luchtvochtigheid moet gelijk aan zijn habitat zijn, overdag minstens 70 tot 80%. Wat ook heel belangrijk is, om elke dag een kleine regenbui na te doen, in de vorm van sproeien!

Zelf zie ik ze het liefst in hun eigen habitat, maar niet iedereen heeft die mogelijkheid, dus kan ik het me heel goed voorstellen dat men ze graag in een mooi groot terrarium in de kamer ziet, waar men er enorm van kan genieten. Al zal dit voornamelijk in de avond zijn.

De paringstijd begint in de natuur in het regenseizoen, door extra te sproeien is dit in het terrarium na te bootsen.

De roodoogmaki kent een heel muzikaal paringsritueel. Een mannetje begint met zijn paringsroep en wordt al gauw gevolgd door andere mannetjes. De paringsroep gaat vaak samen met het trillen over het hele lichaam. Dit getril zou de vrouwtjes ook moeten aantrekken. Na verloop van tijd komt een vrouwtje kijken en dan kan het soms een hele strijd en geworstel tussen de mannetjes worden, wie het snelst en het best op de rug van het vrouwtje zit, met de voor- en achterpoten om de buik van het vrouwtje geklemd.

Vaak wordt het vrouwtje belaagd door meerdere mannetjes. Vindt de amplexus plaats, dan klimt het vrouwtje met het mannetje op de rug naar het water, ze neemt water op en zoekt dan een geschikt blad boven het water. Hier legt ze de eitjes en bevochtigt deze met het opgenomen water. Het mannetje insemineert de eitjes meteen als het vrouwtje ze legt en blijft zitten totdat al de eitjes zijn gelegd. Soms kan de amplexus wel enkele dagen duren. Het vrouwtje kan meerdere legsels per nacht leggen, tot wel 5 legsels, van 30–50 eitjes per legsel. De eitjes zijn 2–3 mm groot, blauwgroen van kleur. Tussen de legsels door gaat het vrouwtje met het mannetje, nog steeds op de rug geklemd, steeds naar het water terug om water op te nemen, om het volgende legsel te kunnen bevochtigen. Doet ze dit niet dan verdroogt het legsel.

Het komt voor dat als ze weer naar het water gaat, met het mannetje op haar rug, er diverse mannetjes zitten te wachten om de plaats van het mannetje op haar rug in te nemen, wat dan als gevolg kan hebben dat er hele worstelpartijen volgen. Soms heeft een uitdager succes en lukt het hem om op de rug van het vrouwtje te klimmen en het volgende legsel te bevruchten.

De eitjes ontwikkelen zich in een dag of zeven tot larfjes. De larfjes zwemmen in de eitjes rond totdat deze openbreken. Dit gebeurt meestal heel snel, binnen een minuut, de larfjes worden dan van het blad weggespoeld in het onderliggende water. Ze zijn dan zo’n 12 mm groot.

Kweek de kikkervisjes op in wat kleinere groepen, ze eten diverse soorten micro-organismen, algen, vlokkenvoer e.d..

Metamorfose vindt plaats na 40–50 dagen, de kikkertjes zijn dan zo’n 2–2½ cm groot.