Artikelen

In deze sectie staan door onze leden geschreven artikelen. Qua onderwerpen divers: inrichting van aquaria, opbouw van aquaria, vissen, planten en wat al niet meer.

De neushoornleguaan is familie van de Iguanidae, waar we altijd ontzettend van genieten tijdens onze vakanties. Dat ze familie zijn is goed te zien aan hun bijna prehistorische uiterlijk, ook al komt de neushoornleguaan uit een geheel ander gebied.

Hij werd voor het eerst beschreven door Bonaterre als Lacerta cornunta, maar hij werd meer bekend onder zijn synoniem Cyclura cornuta.

Dit prachtige “monster” kan wel 120 cm worden inclusief zijn staart, die altijd net iets meer dan de helft voor zijn rekening neemt.(60%-40%). Ze hebben een kamloze en bij de mannetjes net iets meer uitgesproken keelzak.

Het mannetje heeft ook een iets krachtiger kop en bezit drie stompe, kegelvormige hoorns op zijn neus. Als hij volwassen is krijgt hij twee grote builen op zijn achterhoofd wat hem nog stoerder maakt. Deze helmvormige aanwas is bij de vrouwen een stuk minder ontwikkeld. Zij hebben slechts een zwakke aanduiding van de – bij hun niet verder ontwikkelde – hoorns. Maar zij bezitten langs de zijkanten van de kop een reeks hoornachtige “schoonheidsknobbels”. Niet dat ze daardoor knapper zijn, hoor.

In een terrarium van minstens 1 m2 inhoud, maar liever 3 tot 6m2 daar de Cyclura cornuta toch wel wat ruimte nodig heeft, is hij goed houdbaar. Eigenlijk is het een heel makkelijke huisgenoot en kan zelfs goed samen met de groene leguanen, Iguana iguana gehouden worden.

Wel wil hij dat de kachel goed wordt opgestookt. Overdag tussen de 28 en 36°C en ’s nachts mag deze iets terug naar 20°C. Hij kan absoluut niet tegen de kou anders sterft zijn staart af. Omdat hij overdag actief is, is het ook een gezellige huisgenoot.

Zijn biotoop is hoofdzakelijk op Haïti en enkele aangrenzende eilanden van de Dominicaanse Republiek waar een tropisch klimaat heerst. Ze bewonen droge rots- en steppegebieden en savannen met doornstruiken en cactussen. Ze hebben in hun onmiddellijke omgeving altijd een schuilplaats nodig die o.a. kan bestaan uit een “boomholte” of een hol in de bodem. Maar dat is niet echt nodig in hun terrarium waar hun natuurlijk vijanden niet kunnen komen. Maar in het wild moeten ze uitkijken voor haviken en slangen (Boa’s) en voor de mens die deze leguanen als een smakelijk hapje zien.

Van nature zijn het schuwe, dagactieve en bodembewonende dieren die bij het minste gevaar in de beschutte vegetatie wegvluchten. Maar als ze aanvallen, zijn het geduchte tegenstanders. Ze kunnen krachtig bijten en rake klappen uitdelen met hun staart. De mannetjes zijn zeer territorium gebonden en verdedigen dit dan ook hardnekkig tegen rivalen. De enige die ze dulden in hun gebied zijn vrouwtjes en jonge dieren. Sommige vrouwtjes wonen zelfs in hetzelfde hol als het mannetje of er vlak naast.

Jonge dieren leven hoofdzakelijk van insecten, slakken en andere kleine dieren, de oudere dieren eten allerhande kleine zoogdieren maar op hun menu staat ook plantaardige kost zoals fruit en zelfs cactussen. Blijkbaar hebben ze geen last van de stekels. Ook eten ze hagedissen en vogels en zelfs hun eigen jongen zijn niet veilig.

In het terrarium eten ze graag reepjes vlees, gekookte rijst en een wortel stamppot. Ze zijn verknocht aan geweekt brood maar dat mag niet, omdat het aanleiding geeft tot vervetting, te vaak gegeven worden. Ook eten ze graag regenwormen, muizen en zelfs cavia’s (maar dat laatste vergeten we snel, toch?)

Om te kweken met deze dieren moet het vrouwtje de kans hebben om een hol te graven. Hierin legt het vrouwtje dan per keer 15 tot 20 zachtschalige eieren. De eieren vragen een constante broedtemperatuur en komen na ongeveer 90 dagen uit. In gevangenschap duurt de broedtijd 113 tot 121 dagen bij een temperatuur van 27°C-28°C. De 26 tot 28cm grote jongen wegen bij de geboorte 40 tot 46 gram. De jongen hebben, in een opening bij het schedeldak, een 3e –paritaal-oog, met een netvlies en een lens. Dit oog fungeert voor het waarnemen van het dag- en jaargetijdenritme.

Bijzonder is dat door de afgebakende en van elkaar geïsoleerde verspreidingsgebieden, zich talrijke Cyclura-soorten en ondersoorten gevormd. Er wordt wel over 8 verschillende soorten en 14 ondersoorten gesproken. Alle Cyclura-soorten zijn met uitsterven bedreigd en wettelijk beschermd.