Bij een van onze uitstapjes belandden we in Oisterwijk waar je de Oisterwijkse bossen en vennen kan bezoeken.

Ook vind je hier Kampina; dit is een beschermd natuurgebied van Natuurmonumenten. Een gevarieerd natuurgebied met een uitgestrekt heide, naaldbosgebieden en vele vennen. Centraal ligt de grote Kampinase Heide die gesierd wordt door talrijke vennen zoals als het Belversven, meer beschut liggen de Huisvennen en de Zandbergsvennen, die bijzonder rijk zijn aan libellensoorten. 40 Jaar geleden kampeerden we enkele malen in het gebied wat je toen alleen maar wandelend mocht betreden, en je moest lid zijn van de vereniging.

Maar nu is het al jaren opengesteld en loopt er een mooi fietspad door het gebied. Wij kampeerden opde Rozephoeve vlakbij het riviertje de Rosep. Deze loopt grotendeels door het natuurgebied Kampina, waardoor de meanderende loop en het karakter bewaard zijn gebleven.

Bij een van onze fiets tochten zag ik in een van de vele watertjes Moerashertshooi Hypericumelodes, een voor mij bijzonder plantje groeien.

Na wat fotoís gemaakt te hebben bleek zich hier ook Drijvend fonteinkruid (Potamogetonnatans) te bevinden.

Moerashertshooi

De plant wordt 10-50 cm hoog en heeft liggende of opstijgende, behaardestengels. De stengels vormen onderaan wortels. De aan beide zijden grijsviltig behaarde, zittende bladeren zijn eivormig-elliptisch.

Moerashertshooi bloeit van juni tot september met citroengele, 6-8 mm grote bloemen. De kroonbladen hebben aan de top geen klieren. De kelkbladen hebben aan de rand kleine, gesteelde klieren.

Het behaarde vruchtbeginsel heeft aan de voet honingschubben. De bundels meeldraden zijn tot halverwege vergroeid. Het enkelvoudig gevorkte bijscherm is weinig bloemig, okselstandig of schijnbaar eindstandig.De vrucht is een eenhokkige doosvrucht. Het zaad wordt door wind en water verspreid. Hij wordt als vijverplant gebruikt.

Fonteinkruid

In Nederland zijn 23 soorten fonteinkruid gevonden, een daarvan Glanzend fonteinkruid (Potamogeton lucens) wordt meestal in vijvers gebruikt. Een bron van ongerustheid bij de vijverliefhebbers is het bruin worden van de bladeren van het glanzend fonteinkruid. Dit kan verschillende (natuurlijke) oorzaken hebben:

Maar het soort dat wij vonden is Drijvend fonteinkruid (Potamogeton natans) een plant uit de fonteinkruidfamilie (Potamogetonaceae) en het geslacht fonteinkruid (Potamogeton). De plant heeft een lengte van 60 tot 150 cm en de bloeitijd strekt zich uit over de maanden mei tot augustus. De plant komt voor in rijke modder en water dat niet dieper is dan 1 m. Hij groeit in vijvers, plassen, meren en in traag stromende rivieren.

De plant heeft kruipende wortels waaruit twee soorten bladen groeien. De eerste soort zijn de ondergedoken bladen, deze zijn stijf en lang en meestal zonder bladschijf. De andere soort zijn de lang gesteelde ovale drijvende bladen die aan de top van de bladsteel groeien aan het wateroppervlak. De bloemen zijn klein en groenig en groeien in aren die op lange stelen staan vanuit de bladoksels. Na de bloei vormen zich vruchtjes van 4-5 mm lang.

Het is de waardplant van de Waterlelievlinder (Elophilanymphaeata). De waterlelievlinder of het waterleliemotje (Elophilanymphaeata) is een nachtvlinder uit de familie Crambidae, de grasmotten. Met een spanwijdte van 22 tot 30 millimeter is het een vrij kleine vlinder. De vleugels zijn wit met bruine cirkels.

De vlinder is voornamelijk te vinden in tuinvijvers met drijvend fonteinkruid, waterlelie en gele plomp. De eitjes worden onder water afgezet op bladranden. De rupsen maken kokertjes van stukjes blad, die aanvankelijk met water gevuld zijn en later lucht bevatten, als de rupsen overgaan op luchtademhaling. De verpopping vindt onder water plaats.

De vliegperiode van de waterlelievlinder is van mei tot en met september met een vliegpauze in juli. De soort is in Nederland en BelgiŽ een gewone soort. Het motje is vooral 's nachts actief. Overdag zit het meestal aan de onderzijde van bladeren.

Kampina is bekend om zijn rijkdom aan insecten en daar zijn er heel veel van. Wanneer ze je niet gezind zijn, heb je erg veel last van deze beesten. Maar van deze heb je geen last alleen maar verbazing hoe mooi hij is, de Platbuik (Libelluladepressa)

 
Vrouw (l), Man (R)

Jongere exemplaren zoeken zodra ze het water hebben verlaten bosranden en houtwallen op waar ze op vliegende prooien jagen. De platbuik is soms in grote aantallen te vinden. Zodra de libel geslachtsrijp is wordt een geschikte plek gezocht om zich voort te planten. Aangezien de nimfen in het water leven, zoeken de mannetjes en vrouwtjes de waterkant op. De platbuik is een zogenaamde pionierssoort die schrale, ondiepe wateren aandoet als het gaat om het afzetten van de eieren.

De platbuik is vaak een van de eerste soorten bij nieuw aangelegde poelen en plasjes als grindafgravingen en vijvers. De libel zet de eieren bij voorkeur af in wateren waar nog weinig tot geen plantengroei is. Een deel van dergelijke wateren ontwikkelt gedurende enkele jaren een weelderige plantengroei. Omdat de nimf van de libel twee jaar onder water leeft, wordt een libel die uit de larvenhuid kruipt vaak geconfronteerd met een water dat ongeschikt wordt bevonden voor de afzet van de eieren. Veel platbuiken gaan zodra ze het volwassen stadium hebben bereikt dan ook op zoek naar andere wateren om hun eieren af te zetten.